Luisteren en spreken

1. Een taal leert men door te luisteren en te spreken

Luisteren = We leren kinderen verschillende vormen van luisteren en leren hen inzien dat aandachtig luisteren naar de anderen een vlotte communicatie bevordert

Zo leren we hen:

  • Geconcentreerd luisteren
  • Persoonsgericht luisteren
  • Kritisch luisteren
  • Selectief luisteren
  • Verwerkend luisteren
  • Waarderend, religieus en gelovig luisteren

Spreken = We helpen kinderen hun mondelinge taal te ontwikkelen met de nodige tolerantie tegenover de meegekregen ' thuistaal ''. Beter een foutief sprekend kind dan een zwijgend kind.

Zo leren we hen:

  • Persoonsgericht spreken
  • Willen en durven spreken
  • Inhoudsgericht spreken
  • Religieus spreken
  • Situatiegericht spreken
  • Expressief - creatief spreken
  • Kritisch - verzorgd spreken
  • Waarderend spreken

HOE ORGANISEREN WE DIT IN DE KLAS ?

  • Door de kinderen zeer geregeld in contact te brengen met:
    • Dialogen:
      • Tweegesprekken
      • Interviews
      • Telefoongesprekken
    • Polylogen:
      • Klasgesprekken
      • Kringgesprekken
      • Leergesprekken
    • Monologen:
      • Navertellen
      • Beschrijven
      • Voorlezen
      • Vertellen (----)
      • Voordragen (----)
    • Spreektechnische oefeningen
    • Dramatische werkvormen (Rollenspel, dramatiseren, ...)
  • Door schriftelijke en mondelinge werkactiviteiten in het 'Taalsignaal Werkboek'
  • Luisterfragmenten