Taalbeschouwing

4. Een taal leert men door erover na te denken, door ernaar te kijken, door erover te praten, door ze te bestuderen.

Dit is taalbeschouwing

We onderscheiden:

  • Taalsystematiek = Inzicht krijgen in de opbouw van onze taal. De traditionele spaakkunst situeert zich in dit onderdeel: zinsleer, woordleer en gebruik van leestekens.
  • Taalgebruik = De kinderen in alle mogelijke situaties laten ontdekken wat we allemaal met onze taal kunnen doen, hoe we ze het best kunnen gebruiken in verschillende situaties en hoe belangrijk onze taalrijkdom is. Dit onderdeel is een taalbeschouwingsmoment dat in bijna alle lessen voorkomt.

HOE ORGANISEREN WE DIT IN DE KLAS ?

  • Taalbeschouwingsmomenten in alle lessen
  • Door schriftelijke werkactiviteiten in het 'Taalsignaal Werkboek'