Meten en metend rekenen

a) Dingen met elkaar vergelijken zonder een maateenheid te gebruiken

b) Meten met natuurlijke maateenheden

Meten en schatten met flessen, bekertjes, stokken, bakstenen, papier, voetstappen, .........

c) Meten en metend rekenen met standaardmaateenheden

  1. Inhoud en volume
    • Het resultaat van een inhoudsmeting uitdrukken in liter (=l ) en soms in centiliter (= cl) en deciliter (=dl )
    • Parate inzichten: . 1 l = 2 x 1/2 l (en omgekeerd)
  2. Lengte
    • Begrippen juist gebruiken: lengte, breedte, hoogte en dikte, diepte, omtrek en afstand
    • Het resultaat van een meting uitdrukken in meter (= m), centimeter (=cm) en soms in decimeter (=dm)
    • Parate inzichten:
      • 1 meter = 100 cm (en omgekeerd)
      • 1/2 meter = 50 cm (en omgekeerd)
  3. Gewicht
    • Het resultaat van een gewichtsmeting uitdrukken in kilogram (=kg ) en soms in gram (=g )
    • Het gewicht van een voorwerp bepalen met kilogram en soms gram
    • Parate inzichten: . 1 kg = 2 x 1/2 kg
  4. Tijdstip en tijdsduur
    • Begrippen:
      • de dagen van de week
      • vandaag, morgen, gisteren, overmorgen, eergisteren
      • de maanden en seizoenen van het jaar
      • de dagen van de maanden
    • De lange datum lezen en noteren bv. vrijdag, 21 september 1998
    • Een tijdstip en een tijdsduur uitdrukken in uur (wordt niet afgekort), halfuur en kwartier
    • De tijd aflezen, aanduiden en noteren op een klok tot kwartier nauwkeurig
      • bv.: Het is kwart over zeven of kwart voor drie
    • De tijdsduur berekenen:
      • op een kalender in dagen binnen de periode van een week
      • in dagen en/of maanden en/of jaren bv. het aantal dagen berekenen van 1 mei tot 2 juni
  5. Geldwaarden
    • Alle munten en biljetten tot 100 Euro
    • Kunnen betalen, wisselen en teruggeven
    • Kennismaking Euro, eurocent
    • Afkortingen: Euro
  6. De temperatuur
    • De temperatuur aflezen op een thermometer boven en onder nul
  7. Oppervlakte
    • Kennismaken met het feit dat het resultaat van een oppervlaktemeting uitgedrukt kan worden in vierkante meter of daarvan afgeleide maateenheden, en de term oppervlakte gebruiken

HOE ORGANISEREN WE DIT IN DE KLAS ?

  • Veel concreet werken met natuurlijke en standaardmaateenheden
  • Werkbladen 'Spelen met getallen'
  • Extra werkbladen